Portret werkgever: 'Maak taal leuk'

‘Stel je voor: een dementerende bewoner bij ons is erg verdrietig en in de war op zoek naar haar kinderen. Ze heeft het steeds over de tijd dat haar kinderen uit school kwamen. Onze medewerkers proberen haar te helpen en tot rust te brengen.’

Aan het woord is Rob Tits, al sinds 1980 werkzaam bij stichting TanteLouise-Vivensis, een zorginstelling gericht op zorg-op-maat voor ouderen in Brabant. ‘Als deze bewoner onrustig is, dan moet je dat vermelden in haar patiëntendossier. Als je omschrijft “mevrouw was onrustig en niet te corrigeren” dan is het voor collega’s later onduidelijk wat er nu precies gebeurde. Zij kunnen op basis daarvan de situatie niet meer goed inschatten. Schrijftaal is dus heel belangrijk.’

Iedereen dezelfde taal

Het patiëntendossier gaat over veel meer dan ‘alleen iets in de computer zetten’. Als zorgverleners niet allemaal met dezelfde woorden spreken, ontstaat verwarring. En dat kan ernstige gevolgen hebben. Tits legt uit: ‘Op de vloer spreken wij bijvoorbeeld van een prikaccident wanneer een collega zich prikt aan een naald waar eerder een bewoner mee is geprikt. Wij moeten ons in zo’n geval houden aan een streng protocol van de inspectie, waarvan die richtlijnen te vinden zijn in ons kwaliteitshandboek. In dat boek bestaat “prikaccident” helemaal niet: daar valt dit onder “biologische agentia”. Het is aan ons er voor te zorgen dat mensen dezelfde taal spreken en snel terug kunnen vinden hoe ze moeten handelen in dit soort gevallen.’

Taalmaatjes

Sinds februari 2015 is TanteLouise-Vivensis aan de slag gegaan met het Taalakkoord. Zo herzien ze het kwaliteitshandboek. Maar de kracht zit vooral in de nieuwe taalmaatjes. ‘Als je ervoor zorgt dat taal in alle gelederen als belangrijk wordt ervaren, dan gaat er iets veranderen. Op ieder van onze vestigingen hebben we taalmaatjes aangesteld. Zij letten actief op taalgebruik van alle collega’s, van directie tot mantelzorgers. Ze helpen en spreken collega’s en vrijwilligers aan, en geven aan ons door wat zij vinden dat nodig is – scholing bijvoorbeeld - om taal te verbeteren. Onze vrijwilligers en medewerkers vragen daar ook actief om!’

Het Grote Dictee der Tante's Taal

De kunst, stelt Tits, zit hem vooral in het leuk maken van taal. ‘Binnenkort organiseren we ons eerste Grote Dictee der Tante’s Taal. In dat dictee gebruiken we passages uit patiëntendossiers. Iedereen doet mee: van directeur en praktijkbegeleider tot vrijwilliger.’ Met het dictee opent TanteLouise-Vivensis het gesprek over het belang van een duidelijk dossier. ‘We zijn pas net begonnen, dus moeten de effecten nog gaan zien. Ik ben ooit de ouderenzorg in gegaan omdat je een relatie opbouwt met de bewoners, die soms wel jarenlang duurt. De geschiedenis die ouderen met zich meenemen, dat is zo’n bak aan levenservaring. Daar van gaat je hart echt open. Het is aan ons er voor te zorgen dat we onze bewoners altijd goed benaderen, dat ze ons goed begrijpen en dat we goed omgaan met ouderdomsgerelateerde ziektes. Taal is daarbij essentieel!’