De Maatschappelijke Bibliotheek spreekt met... Gera de Vries

De Maatschappelijke Bibliotheek spreekt met Gera de Vries, landelijk coördinator Taalakkoord Werkgevers van het landelijk programmateam Leerwerkloketten. Samen met de regionale Leerwerkloketten zet ze zich in voor taalscholing van werkenden. Het gaat daarbij niet alleen om laaggeletterdheid, maar ook om werknemers die hun taalvaardigheid verbeteren zodat ze begrijpelijke teksten voor klanten kunnen schrijven. 

Je bent landelijk coördinator Taalakkoord Werkgevers. Wat houdt dat in?

"Ik sluit taalakkoorden af met grote landelijke werkgevers, ben landelijk vraagbaak, zorg voor voldoende kennis bij (nieuwe) projectleiders van de Leerwerkloketten en deel goede voorbeelden van werkgevers die aan de slag zijn gegaan met taal op de werkvloer of breng mensen met elkaar in contact."

"Het Taalakkoord Werkgevers is in 2015 ontstaan bij het Ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Toenmalig minister Asscher vond het belangrijk dat werkgevers aandacht zouden besteden aan taal op de werkvloer. Grote bedrijven, brancheorganisaties en taalaanbieders sloten destijds tijdens landelijke bijeenkomsten met een handtekening op een bord een taalakkoord af."

"Nu is het Taalakkoord Werkgevers ondergebracht in Tel mee met Taal, het actieprogramma van OCW, SZW, VWS en BZK en wordt sinds 2016 uitgevoerd door de Leerwerkloketten. De Leerwerkloketten in de arbeidsmarktregio’s sluiten akkoorden af met werkgevers en taalpartners. Vanuit het landelijk programmateam ondersteunen wij de collega’s met kennis en ervaring rond taal op de werkvloer."

Regionale taalakkoorden laaggeletterdheid

"Daarnaast zijn er regionale taalakkoorden, waarin Leerwerkloketten een rol hebben of zelfs aanjager zijn. In die regionale taalakkoorden kunnen bestaande en nieuwe lokale en regionale afspraken een plek krijgen, waardoor één samenhangend regionaal plan ontstaat om laaggeletterdheid effectief aan te pakken. De regionale taalakkoorden zijn gericht op iedereen in de regio die een belangrijke partner is in het verminderen van laaggeletterdheid. Dus ook de coalities waarin de bibliotheken, taalhuizen, welzijn, gemeenten zitten. Die laatste zitten in de lokale coalitie vanuit hun zorgrol voor burgers, bij ons zijn ze aangesloten vanuit hun werkgeversrol. Zoals de gemeente Rotterdam, die taaltrajecten aanbiedt aan hun werknemers."

Taalakkoord Werkgevers

"Als de werkgever zich aansluit bij het Taalakkoord Werkgevers, committeert hij zich om het belang van taal als werknemersvaardigheid onderkennen en uitdragen. Ze spreken de intentie uit om te investeren in de taalvaardigheid van hun medewerkers. We krijgen vaak de vraag of een taalakkoord niet heel vrijblijvend is. In zekere zin is het dat ook, ik heb geen legitimatie om werkgevers aan te spreken als ze het taalakkoord werkgevers tekenen maar er verder niets mee doen."

"We enthousiasmeren werkgevers om met Leerwerkloketten in gesprek te gaan over de vragen die ze hebben en dat bedrijven die wél actief met taal aan de slag gaan, als ambassadeur willen optreden. Want er is echt nog een wereld te winnen: er zijn nog steeds bedrijven die niet inzien dat er ook bij hen laagtaalvaardige medewerkers kunnen werken. Dat heeft ook met angst richting opdrachtgevers of klanten te maken: dat laagtaalvaardige medewerkers invloed hebben op de kwaliteit van de dienstverlening. Maar dat doet er helemaal niets aan af, je kunt een uitstekende werknemer zijn, maar wel laagtaalvaardig. Die bewustwording creëren is echt mijn rol."

Hoe zet je laagtaalvaardigheid op de kaart bij bedrijven?

"Daar hebben we ambassadeurs voor nodig die zelf werkgever zijn. Ik kan het aan professionals goed uitleggen en dat doe ik ook regelmatig, maar voor werkgevers werkt het eigenlijk het best als een andere werkgever het uitlegt. Op het moment dat een collega-ondernemer zegt: ‘In mijn bedrijf was dit aan de hand, dat kostte me zoveel, had deze consequenties, dit heb ik eraan gedaan en dit leverde het me op’, dan komt het veel beter binnen."

"Daarnaast gebruiken we onze argumentenkaart, die geeft op allerlei thema’s aan wat er kan spelen binnen een bedrijf. Bedrijven vinden het niet leuk om het over laaggeletterdheid te hebben, het heeft een negatief imago. Dus: kijk naar thema’s die spelen bij bedrijven en leg de focus op problemen die te maken kunnen hebben met ’lage taalvaardigheid’, zoals verzuim, veilig werken met techniek, het halen van veiligheidscertificaten, etc. Kijk goed per bedrijf, of per sector wat er speelt."

"Een ander goed argument is: werkgevers komen in deze arbeidsmarkt handen tekort. Terwijl er mensen zijn die prima mee zouden kunnen doen, maar die nog een taalprobleem hebben. De doorstroom van medewerkers is daarbij ook goed om te noemen: het scheelt je wervingskosten als iemand kan doorgroeien, maar dan moet diegene wel de vaardigheden hebben om dat te doen. Mensen schrikken nog steeds van de cijfers. Als ze die horen, gaan werkgevers denken: ik heb zoveel mensen in dienst, bijvoorbeeld in lagere loonschalen, dan móet het probleem bij mij ook voorkomen. Dat is echt de eerste stap, die bewustwording."

Gera de Vries reikt certificaat uit

© Stichting Lezen en Schrijven, Robert Tjalondo. Op de foto: Gera de Vries en André Hertog (directeur van Irado)

Wat adviseer je werkgevers die aan de slag willen met taal binnen hun bedrijf?

"Werkgevers zoeken vaak een taalpartner die maatwerk kan leveren: toegespitst op hun werkprocessen en specifieke wensen en situatie. Ik adviseer ze om naar het Leerwerkloket in de regio te gaan. Die zijn goed op de hoogte van alle partners, het lokale taalaanbod, zitten in een netwerk van gemeente, UWV en ROC, weten aan de achterkant waar ze naartoe moeten én weten hoe de WEB-gelden belegd zijn."

Wat voor mooie voorbeelden van samenwerkingen ken je uit het land?

"Neem bijvoorbeeld regio Noord-Holland Noord: daar is al een tijd een regionaal taalakkoord, met bedrijven, instellingen en iedereen die aan wil sluiten. Zij maken direct een koppeling met het landelijk taalakkoord werkgevers, waardoor de werkgever ook deel uit maakt van het landelijk netwerk en de informatie die daar bij hoort."

"Of de regio Zaanstreek Waterland: daar heeft het Leerwerkloket een regionaal taalakkoord afgesloten. Bij een van de eerste vergaderingen zaten álle partners aan tafels die er gezamenlijk voor kunnen zorgen dat iedereen met een taalvraag gevonden kan worden: po, vo, MBO, werkgevers, de bibliotheek en het Taalhuis. In theorie zou er niemand meer tussendoor kunnen glippen."

"Ook het initiatief uit Friesland vind ik heel mooi: www.ikleermeer.nl. Ontwikkeld door de provincie, gemeenten, bibliotheken, welzijn, scholen en Stichting Lezen & Schrijven. Je wordt op basis van je leervraag doorverwezen: of het nou leren whatsappen is of een officieel certificaat halen is."

Hoe zie je de rol van bibliotheek binnen het regionale taalaanbod voor bedrijven?

"Waar het taalaanbod volgens mij het meest efficiënt wordt ingezet, is in regio’s waar het regionale netwerk met Taalhuizen, bibliotheken, gemeente, Lezen & Schrijven en de Leerwerkloketten goed samenwerkt. Dan kun je aan werkgevers laten zien: wat de vraag ook is, er is altijd iemand die je kan helpen, zowel bij vragen rondom laaggeletterdheid en bedrijfsspecifieke vragen. Werkgevers staan denk ik wat verder af van de lokale bibliotheek. Dus je moet echt met partners optrekken om zichtbaar te worden."

"Het aanbod van de bibliotheek moet aanvullend zijn op het formele aanbod. De bibliotheek kan de drempel naar formeel onderwijs verlagen: het is vrij toegankelijk, de kans is kleiner dat je er collega’s tegenkomt, het is een open plek. Ik ken een incassobureau dat medewerkers liet meekijken bij een Taalcafé, dat deed heel veel voor de bewustwording. Dat is mooi om als bibliotheek aan te bieden. Dat heeft hen zó de ogen geopend."

Heb je tips voor bibliotheken in de samenwerking met bedrijven?

"Ik denk dat er een stevige regionale samenwerking tussen partners moet zijn. Dat maakt het voor werkgevers ook gemakkelijker. Maak als bibliotheek richting partners heel actief duidelijk wat je rol kan zijn. En wees je bewust van de verwarring over Taalhuizen die er vaak nog is, ook bij professionele partners: wat is een Taalhuis, is het een coalitie, een plek? Van wie is het? En wat is dan een Taalpunt? Dat is voor de bibliotheken en Taalhuismedewerkers goed om te beseffen: dat daar nog weleens verwarring zit. En – dat geldt voor alle partners – zorg dat je elkaar goed kent, weet wat iedereen aanbiedt, zodat je ook echt naar elkaar kunt doorverwijzen."

Bron: www.probiblio.nl