Noord-Holland Noord: taalvaardig via leerlijn op maat

Op 5 september 2016 werd in de regio Noord-Holland Noord (NHN) een regionaal Taalakkoord ondertekend, het eerste in het land. Alle 18 gemeenten, de bibliotheken, UWV, ROC Kop van Noord-Holland, het Leerwerkloket, Stichting Lezen & Schrijven, taalaanbieders, welzijnsorganisaties en de gevangenissen in de regio zetten zich in om laaggeletterden te bereiken en door te leiden naar een voor hen passend taalaanbod. Ook steeds meer werkgevers doen mee: zij zien het belang van een goede taalvaardigheid voor de eigen bedrijfsvoering en dienstverlening. Een aantal van hen heeft zich eveneens aangesloten bij het
landelijke Taalakkoord Werkgevers waarvan de Leerwerkloketten de uitvoerder zijn. De teller in Noord-Holland Noord staat nu op ruim vijftig ondertekenaars.
De regionale samenwerking rond taalvaardigheid loopt uitstekend. Anita Metzelaar, projectleider van het Leerwerkloket en Maria Sabel, projectleider Taal voor het Leven bij Stichting Lezen & Schrijven vertellen er meer over.

Regiobreed

Samenwerking tussen het Leerwerkloket en Stichting Lezen & Schrijven bestond in Noord-Holland Noord al een aantal jaren. Anita Metzelaar: “In 2014 vormden centrumgemeente Alkmaar, de bibliotheek en een aantal maatschappelijke organisaties een bondgenootschap Laaggeletterdheid, waaruit onder meer het Taalhuis is ontstaan. Het Taalakkoord kun je zien
als de opvolger daarvan. Het is mooi dat dit nu alle gemeenten omvat en daarmee regiobreed is. Het Taalakkoord is bestuurlijk opgehangen aan het RPAnhn (Regionaal Platform Arbeidsmarkt) omdat taalvaardigheid een voorwaarde is voor succesvol leren en werken.”
Maria Sabel: “Vanuit het Programma ‘Tel mee met Taal’ werd in Noord-Holland Noord in 2016 tevens ‘Taal voor het Leven’ uitgerold. Dit is een ondersteuningsprogramma voor gemeenten en organisaties om taalscholing voor laaggeletterden zo dicht mogelijk in de buurt op te zetten. Stichting Lezen & Schrijven ondersteunt hierbij.” Inmiddels kent de regio tientallen
taalactiviteiten in scholen, buurthuizen en bibliotheken, tot in de kleinste dorpen.

Onderliggende problemen

Er ligt dus een prima infrastructuur om personen met onvoldoende taal-, reken- of digivaardigheden te helpen om zelfredzamer te worden en hun participatiemogelijkheden te vergroten. Maria: “Het gaat om heel dagelijkse dingen: een formulier kunnen invullen, een gebruiksaanwijzing of bijsluiter kunnen lezen, leren appen of een e-mail versturen.” Een taalprobleem komt zelden alleen. “Vaak is het nodig eerst een onderliggend probleem aan te pakken. Laaggeletterden komen onder meer gemakkelijk in een schuldenproblematiek terecht omdat ze bijvoorbeeld een aanmaning niet begrijpen en daardoor te maken krijgen met hoge boetes of zelfs met huisuitzetting.”

Anita: “Een belangrijk actiepunt van het regionaal Taalakkoord is het herkennen van laaggeletterdheid. Medewerkers van instanties kunnen hierin getraind worden. UWV was een van de eerste organisaties die dat heeft gedaan, en met succes. Het Taalpunt dat we een tijdlang op het Werkplein hadden, is nu overbodig omdat de werknemersadviseurs laaggeletterdheid signaleren en goed verwijzen.”

Laagdrempelig

Anita vervolgt: “We hebben rond het regionaal Taalakkoord een kernteam gevormd. Daarin zitten Carla de Ruiter als vertegenwoordiger van de gemeente Alkmaar (centrumgemeente voor de educatiegelden), Maria namens Stichting Lezen & Schrijven en ik. We hebben het totale aanbod aan taaltrainingen en -activiteiten in beeld. Ons doel is, dat we voor elke laaggeletterde die zijn of haar taalvaardigheid wil vergroten, een leerlijn op maat organiseren die aansluit op wat iemand nodig heeft en aankan. Mensen weten vaak niet dat je laagdrempelig kunt starten, gewoon in je eigen buurt, en niet meteen ‘naar school’ hoeft. En dat veel van dit aanbod kosteloos is voor de deelnemers.” Bij diverse aangesloten organisaties ligt een eenvoudig formulier waarop klanten (eventueel met hulp) hun leervraag kunnen aankruisen. Het formulier kan worden ingeleverd bij een van de Taalhuizen, die vervolgens rechtstreeks contact met de klant opnemen. Maria: “Werken aan taalvaardigheid kan overal starten waar laaggeletterdheid gesignaleerd wordt, of het nu bij de huisarts is, op de school van de kinderen of op het werk. Mensen motiveren is één ding, maar wil je ze niet verliezen, dan is een ‘warme’ verwijzing of overdracht essentieel.”
 

Bijeenkomsten

Driemaal per jaar belegt het kernteam een netwerkbijeenkomst voor geïnteresseerden en partners. Dan is er tevens een tekenmoment voor nieuw toetredende organisaties. Anita: “De komende keer, 4 oktober 2018, is bij het werkgeversplatform Huis van het Werk. We willen namelijk graag nog wat meer werkgevers bij het regionaal Taalakkoord betrekken; het thema is dan ook taalvaardigheid op de werkvloer. Verder organiseren we in september drie taalquizzen in de regio om iedereen die dat wil kennis te laten maken met de cijfers over laaggeletterdheid en de mogelijke oplossingen die we vanuit onze samenwerking kunnen bieden.”

Het kernteam hield in juni 2018 een enquête onder alle partners om te meten in hoeverre hun plannen waren uitgevoerd en op welke punten zij eventueel ondersteuning nodig hadden. Het resultaat: ruim 70 procent van de ambities is gerealiseerd. Anita: “Verbetering van taalvaardigheid gebeurt in de regio, ook als bedrijven zich bij het landelijk Taalakkoord Werkgevers aansluiten. Ik ben er trots op dat in Noord-Holland Noord de samenwerking zo compleet is dat wij iedereen op weg kunnen helpen en maatwerk kunnen leveren. We blijven er aan werken om dit zo te houden en waar nodig verder te verbeteren.”